7 Jul 2026
Hoge Raad bevestigt geldigheid van gokovereenkomsten met Malta-operators vóór 2021

De Hoge Raad heeft in een recente uitspraak vastgesteld dat overeenkomsten voor online kansspelen met operators die een Malta-licentie bezitten maar geen Nederlandse vergunning hadden vóór de regulering in 2021 niet automatisch nietig zijn onder het Nederlandse burgerlijk recht, en dit oordeel komt na prejudiciële vragen van lagere rechters terwijl het de claims van twee spelers voor terugbetaling van verliezen afwijst.
Een speler verloor meer dan 139.000 dollar op PokerStars tussen 2006 en 2021 terwijl een andere speler 135.000 euro kwijtraakte via PartyCasino in de periode 2020 tot 2021 en beide eisten restitutie op basis van de stelling dat die contracten ongeldig zouden zijn maar de hoogste rechter verwierp die argumenten omdat de Wet op de Kansspelen dergelijke pre-regulatie afspraken niet automatisch invalideert.
Achtergrond van de zaak en de prejudiciële vragen
De zaak bereikte de Hoge Raad nadat lagere rechtbanken in Amsterdam en Noord-Holland vragen stelden over de rechtsgeldigheid van gokovereenkomsten met buitenlandse aanbieders die vóór de invoering van het Nederlandse licentiesysteem actief waren en die vragen ontstonden omdat spelers stelden dat de afwezigheid van een Nederlandse vergunning de overeenkomsten nietig zou maken maar de Hoge Raad oordeelde dat dit niet het geval is en bevestigde daarmee de lijn die operators zoals Entain al consistent hebben verdedigd.
Volgens de uitspraak blijft de kern van het burgerlijk recht intact omdat de Wet op de Kansspelen geen bepaling bevat die dergelijke contracten automatisch vernietigt en daardoor blijven de afspraken juridisch bindend voor de betrokken partijen terwijl dit de deur sluit voor automatische terugvorderingen van verliezen uit die periode.
Details over de spelers en hun claims
De eerste eiser had tussen 2006 en 2021 meer dan 139.000 dollar verloren tijdens het spelen op PokerStars wat destijds een Malta-licentie had maar geen Nederlandse vergunning terwijl de tweede speler 135.000 euro verloor via PartyCasino in 2020 en 2021 en beide spelers baseerden hun eis op de veronderstelling dat de overeenkomsten ongeldig waren vanwege het ontbreken van een Nederlandse licentie maar de rechter oordeelde anders.
De rechtbanken die de prejudiciële vragen stelden wilden duidelijkheid over hoe de Wet op de Kansspelen zich verhoudt tot civielrechtelijke claims en de Hoge Raad heeft die duidelijkheid nu geboden door te stellen dat er geen automatische nietigheid optreedt en dit betekent dat spelers in vergelijkbare situaties geen automatische rechtsgrond hebben voor terugbetaling.
Context van de regulering in 2021
Voor de invoering van het gereguleerde iGaming-systeem in 2021 waren operators met een Malta-licentie actief in Nederland zonder Nederlandse vergunning en die situatie leidde tot discussies over de geldigheid van afgesloten contracten maar de Hoge Raad heeft nu vastgelegd dat de overgang naar regulering niet met terugwerkende kracht alle eerdere overeenkomsten ongeldig maakt en daardoor blijft de juridische status van die contracten intact.
De uitspraak volgt op een reeks lagere uitspraken waarbij spelers probeerden verliezen terug te eisen en de bevestiging dat de Wet op de Kansspelen geen automatische nietigheid regelt brengt duidelijkheid voor zowel spelers als operators die voor 2021 actief waren en dit oordeel sluit aan bij de positie die bedrijven als Entain al langer innamen in vergelijkbare procedures.

Gevolgen voor lopende en toekomstige procedures
Nu de Hoge Raad dit standpunt heeft ingenomen kunnen lagere rechtbanken dit oordeel gebruiken als leidraad bij vergelijkbare claims en spelers die verliezen willen terugvorderen uit de periode vóór 2021 zullen moeten aantonen dat er andere juridische gronden bestaan dan de afwezigheid van een Nederlandse licentie omdat die grond alleen niet voldoende is volgens de hoogste rechter.
De beslissing brengt stabiliteit in de rechtspraktijk omdat het voorkomt dat massale claims op basis van automatische nietigheid zouden leiden tot onzekerheid voor operators die destijds legaal opereerden onder Malta-regelgeving en tegelijkertijd geeft het spelers duidelijkheid over de beperkte mogelijkheden om verliezen terug te eisen via deze route.
Reacties en verdere ontwikkelingen
Operators hebben de uitspraak verwelkomd omdat deze hun standpunt bevestigt terwijl juridische experts de beslissing zien als een belangrijke verduidelijking van hoe de Wet op de Kansspelen zich verhoudt tot civielrechtelijke overeenkomsten en in juli 2026 blijven procedures rond pre-2021 contracten beperkt tot individuele gevallen zonder automatische nietigheid als basis.
De Hoge Raad heeft met deze uitspraak een lijn getrokken die consistent is met eerdere adviezen en daarmee de juridische onzekerheid rond dit onderwerp verminderd en die vermindering zorgt ervoor dat zowel spelers als aanbieders beter kunnen inschatten wat de mogelijke uitkomsten zijn in vergelijkbare geschillen.
Conclusie
De uitspraak van de Hoge Raad markeert een duidelijk juridisch kader voor gokovereenkomsten die zijn afgesloten vóór de Nederlandse regulering in 2021 en bevestigt dat Malta-gelicentieerde operators niet automatisch met nietigheid te maken krijgen waardoor claims voor terugbetaling van verliezen op die grond worden afgewezen en dit oordeel blijft relevant voor alle lopende en toekomstige zaken die met dezelfde omstandigheden te maken hebben.